Interview verschenen in De Morgen van 28 juli 2012
Hij trok met vrouw en kind naar Peking om de aanloop naar de Spelen te verslaan. Het werden uiteindelijk vijf jaar China voor VRT-correspondent Tom Van de Weghe, die eind dit jaar verhuist naar Washington, waar hij Greet De Keyser opvolgt. Zo weinig als hij daarvoor heeft moeten lobbyen, zo veel kijkt hij uit naar de nieuwe opdracht, zegt de Gentenaar als we hem in de Chinese hoofdstad opzoeken: ‘Twee contrasterende supermachten, dit kan niet anders dan boeiend worden.’
Peking een hectische metropool? In het Ritan Park valt daar niks van te merken. Dit is een plek waar ouderen afspreken om samen tai chi te beoefenen en opera-aria’s te zingen. Op banken in lommerrijke plantsoenen zitten verliefde koppeltjes. Hand in hand, misschien wel verenigd door een buitenechtelijke band. “Dit is een zalig park”, zegt VRT-correspondent Tom Van de Weghe (37). “Het is een van die plekken die ik zal missen als ik hier definitief wegga.” Van de Weghe heeft net een reportage voor Het journaal klaar, over de erfenis van de Olympische Spelen van 2008. De bijdrage zal op de radio als de allerlaatste van ‘onze Chinacorrespondent Tom Van de Weghe’ worden aangekondigd. Ten onrechte, want eind augustus volgt nog een kritisch bericht over milieuproblemen in de zuidelijke provincie Yunnan. Ook dat moet nog voor het eind van de week worden afgemonteerd, want de rest van de zomer gaat op aan vakantie, verhuizen en schrijven van een boek. België wordt daarbij slechts een tussenstation. Eind dit jaar vertrekt Tom Van de Weghe met vrouw, dochter en zoon naar Washington om Greet De Keyser als correspondent op te volgen. We installeren ons op het terras van de Stone Boat, een bescheiden bar bovenop een heuveltje bij een met lotusbloemen bedekte vijver. Naast onze minirecorder plaatst hij een joekel van een microfoon met een opvallend, felgeel VRT-logo. “Straks wat achtergrondgeluid opnemen”, verklaart hij. “Ik moet nog vijf reportages afmonteren, zowel voor radio als voor televisie. Voor een echt vakantiegevoel is het nog te vroeg. Vorige week ben ik nog naar de provincie Sichuan getrokken, ik wilde het verhaal brengen achter de zware rellen in het stadje Shifang.”
Even de onvrede des volks gaan polsen. Kan dat zomaar als buitenlandse correspondent in China?
Tom Van de Weghe: “In principe mogen we overal naartoe, alleen voor Tibet hebben we een speciale vergunning nodig. Tot zover de theorie, in werkelijkheid is onze bewegingsvrijheid de jongste jaren alleen maar gekrompen. Vorige week was het een klucht. We logeerden in een stad in de buurt van Shifang. Al van in het hotel werden we gevolgd. Ze probeerden het wel discreet te doen, maar na die vijf jaar heb ik er een oog voor. De mannen die zo druk in gesprek waren met het hotelmanagement, ik had ze meteen in de gaten. Bij wijze van test zijn we in de auto gekropen om een rondje te rijden en meteen weer naar het hotel terug te keren. En jawel, ze zijn ons gevolgd. Om ze af te schudden zijn we een heel eind naar Chengdu, de hoofdstad van Sichuan, teruggereden. Gelukt, dachten we toen we daarop meteen weer koers zetten naar onze bestemming. Maar nee, bij het binnenrijden in Shifang zijn we meteen op een politieversperring gebotst.”
Einde verhaal?
“Dat is wat ik dacht, ik had in de wagen al een statement in die zin opgenomen. Maar tot mijn verbazing toonden ze hun goede wil en belden ze de lokale propagandadirecteur. Die heeft ons in Shifang rondgeleid, om te tonen hoe rustig de stad erbij lag, en om beelden te schieten van de vele projecten die na de aardbeving werden gerealiseerd. We mochten trouwens niet vertrekken zonder op een banket aan te zitten waar op de Belgisch-Chinese vriendschap werd getoast. Ze kennen België namelijk in Shifang. Na de aardbeving heeft B-Fast er een tentenkamp opgeslagen, dat zijn de mensen niet vergeten. “Misschien verklaart dat waarom ze ons hebben binnengelaten, al wil ik die gunstbehandeling meteen relativeren. Onze begeleiders werden behoorlijk zenuwachtig toen ik aandrong om op het plein te filmen waar de betogingen hadden plaatsgevonden. Uiteindelijk kregen we groen licht, maar de stemming sloeg weer om toen ik aanstalten maakte om voorbijgangers te interviewen. Na lang discussiëren mocht ik toch een paar vragen stellen. Aan mensen die ze zelf hadden geselecteerd en die braafjes de antwoorden debiteerden die de propaganda hen ter plaatse had voorgekauwd. “Zo gaat het dus altijd, het wordt steeds moeilijker om als correspondent met gewone Chinezen te praten. Niettemin: ik was tevreden. Voor hetzelfde geld was ik met lege handen uit Sichuan teruggekeerd. De beelden van het protest, die heb ik op het internet gevonden. Gefilmd met de gsm, een typisch voorbeeld van burgerjournalistiek die hier hoge toppen scheert. De Chinezen koesteren steeds meer wantrouwen jegens de officiële media, volkomen terecht overigens. De autoriteiten proberen de alternatieve informatiestroom op het net wel te controleren, maar via allerlei omwegen en codewoorden slagen de burgerjournalisten er steeds beter in hun boodschap te verspreiden.” 
De VRT heeft je eind 2007 voor negen maanden naar Peking gestuurd, bedoeling was na de Spelen terug te keren. Waarom zit je hier nu al vijf jaar als correspondent?
“Omdat ik de hoofdredactie heb overtuigd van het belang van deze post. Al na mijn eerste bezoek in 2004 besefte ik: China wordt het verhaal van de 21ste eeuw. We beseffen het in Europa nog te weinig: wat er de komende jaren in China gebeurt, zal een grote weerslag hebben op ons leven. Neem alleen maar de economie. Ook de Chinese groei vertraagt. Geen 8 procent meer op jaarbasis , we stevenen af op 7 en misschien zelfs 6 procent. Dat zullen we in Europa voelen, bovenop onze eigen recessie. “Voor een reportagemaker is dit het paradijs, de verhalen liggen hier voor het rapen. China levert zelden hard nieuws, tenzij er iets sensationeels gebeurt zoals een aardbeving of de opstand in Tibet. Je moet als correspondent achter de façade kijken en de onderliggende feiten duiden. “Ik kon op geen beter moment arriveren. 2008 was in feite een tragisch jaar voor China. Er werd heel veel van verwacht, het cijfer acht staat hier trouwens voor geluk en voorspoed. Dankzij de Spelen zou China zich eindelijk als een modern en vooruitstrevend land aan de wereld tonen. Dat is goeddeels gelukt, maar tegelijkertijd was 2008 ook het jaar van de aardbeving in Sichuan, van de rellen in Tibet, en van de olympische vlam die op weg naar Peking werd beschimpt. Dat laatste lag ontzettend gevoelig, het heeft aanleiding gegeven tot een forse opstoot van antiwesterse gevoelens die ik zelf aan den lijve heb ondervonden. Op een bepaald moment werden mijn naam en privéadres op een xenofobe website geplaatst. Dat was even slikken, tenslotte ben ik niet alleen correspondent maar ook vader van twee kleine kinderen. De Belgische ambassade heeft toen ingegrepen om mijn gegevens van die site te halen.”
Je mocht van de VRT drie jaar langer in Peking blijven. Waarom ben je niet op dat aanbod ingegaan?
“Om verschillende redenen. Sofie vindt hier geen werk. Dubbel jammer als je bedenkt dat ze in België als verkeersconsulente werkte. Geen plek in de wereld waar ze meer behoefte hebben aan verkeersadvies dan deze stad, zou je nochtans denken. Geloof me, de files van Peking zal ik niet missen. Maar het is ook verschrikkelijk duur geworden om hier te wonen, zeker met een gezin. Mijn dochter is zes en moet in september naar de lagere school. Ze is naar een Chinese kleuterschool geweest, maar als ze ooit nog met het Vlaamse onderwijs wil aanpikken, moet ze nu naar een internationale school. 25.000 euro per jaar per kind, dat wordt op termijn onbetaalbaar. In Washington speelt dat probleem niet, daar zijn uitstekende openbare scholen. “Ik heb geen klagen van mijn afspraken met de VRT, maar ik werk niet voor een omroep zoals BBC of CNN die met de glimlach alle kosten voor hun correspondenten en hun gezin betalen. Sommige collega’s hebben zelfs eigen chauffeurs, net zoals de meeste expats die voor multinationals werken. Ik ben daar niet jaloers op. Door onder de Chinezen te leven, heb ik het land beter leren kennen. Op een keer kwam mijn dochter thuis van school. Papa, zei ze, de juf heeft vandaag verteld dat de Chinezen de besten en de slimsten van de hele wereld zijn. Verhelderend was dat, het toont aan hoe het Chinese superioriteitsbesef er van kindsbeen af wordt ingehamerd. Maar leven met de Chinezen betekent ook dat je hun zorgen deelt. Onze kinderen hebben hier Chinese melk gedronken. Dan kun je alleen maar hopen dat er geen giftige melamine in zat.”
Ze ademen hier ook de zwaar verontreinigde lucht van Peking in.
“Precies, en dat is nog een reden waarom we vertrekken. Ik heb er zelf voor gekozen om in Peking te wonen, mijn kinderen niet. Vandaag valt het nog mee. 160 microgram per kubieke meter, in België zou dat volstaan voor groot alarm. Maar dit is Peking, we registreren vaak pieken van 300 microgram, in de winter kan het zelfs boven de 500 stijgen en zie je haast geen hand voor je ogen. Zoals alle buitenlanders volgen we de gegevens van de Amerikaanse ambassade die een eigen meetpunt heeft geïnstalleerd. De officiële cijfers zijn onbetrouwbaar, want de luchtkwaliteit van Peking is een staatszaak. De Chinezen kunnen echt niet lachen met de service van de Amerikaanse ambassade. “We zijn pas echt ongerust geworden nadat een Britse vriendin gezondheidsproblemen kreeg, ze deed de ene longontsteking na de andere op. Stop met roken, zei haar specialist, maar die vriendin heeft nooit een sigaret aangeraakt. We zijn ons ook gaan verdiepen in de risico’s voor de kinderen. Blijkt dat blootstelling gedurende vier jaar onherstelbare schade kan berokkenen aan longen in volle ontwikkeling. Als ouder kun je dat moeilijk negeren.”
Je mag naar Washington om Greet De Keyser te vervangen. Je wordt Amerikacorrespondent, de meest begeerde stoel van de hele nieuwsredactie. Heb je hard moeten lobbyen om die te veroveren?
“Er waren inderdaad verschillende kandidaten. Maar lobbyen? Zou moeilijk gekund hebben, ik zit hier op 9.000 kilometer van de redactie. Natuurlijk heb ik mij kandidaat gesteld, in de overtuiging dat ik intussen heb bewezen wat ik in mijn mars heb. Reportages maken en bijdragen aanleveren, dat was mijn manier om te solliciteren. Een studiotest of evaluatie is er niet aan te pas gekomen. Ja, vorige zomer moest ik tijdens mijn vakantie op gesprek bij hoofdredacteur Liesbet Vrieleman. Het is er nooit van gekomen, want de dag voor onze afspraak is ze naar Woestijnvis overgestapt.”
Je vertrekt al naar Washington voor enkele reportages vlak voor de presidentsverkiezingen. Al aan het blokken?
“Nee. Amerika zuigt me steeds sterker aan, maar ik kan China nog niet loslaten. Het staat ook nog niet vast welke rol ik tijdens de verkiezingen ga spelen, Greet De Keyser stopt pas na de eedaflegging van de nieuwe president. Hoe dan ook, Amerika wordt heel anders. Meer nieuws, dat betekent ook meer live gaan op radio of in Het journaal.”
Dat betekent ook gekluisterd zitten aan de studio in Washington. Is dat geen beangstigend vooruitzicht voor de gedreven reportagemaker die je bent?
“Er zullen soms keuzes gemaakt worden: in de studio blijven of de hort op gaan, ik kan niet op twee plaatsen tegelijk zijn. Maar ik maak me geen al te grote zorgen over een radicale stijlbreuk. Blijf vooral jezelf, hebben ze me bij de VRT ingepeperd.”
Voor de kijkers wordt het weer wennen. Knoopt jouw stijl niet meer aan bij die van de vorige correspondent Johan Depoortere dan bij die van Greet De Keyser?
“Elke tv-journalist heeft zijn eigen stijl - Greet is een crack in lives, Johan was eerder een reportageman. Hij is op dat vlak altijd een voorbeeld geweest, onze stijlen liggen inderdaad dicht bij elkaar. We hebben veel gemeen als reportagemakers, we waren bij de eersten die volledig zelfstandig werkten. Zelf met een kleine camera filmen en alles zelf monteren. Ik ben daarmee begonnen tijdens mijn reeks over de Trans-Siberische Express in 2005. Vijf weken op de trein, monteren deed ik op de laptop in mijn coupé. Niet iedereen kon dat appreciëren, bij de VRT zagen sommigen dat experiment als een gevaar voor de tewerkstelling. “Ik kijk wel enorm uit naar Amerika. Van achtergrond ben ik Slavist. Ik heb eerst Rusland leren kennen, daarna China. Amerika wordt mijn derde supermacht op rij. Van een rijzende grootmacht naar een imperium in verval. Het kan niet anders dan boeiend worden.”
Voormalig minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht heeft ooit de Chinese ambassadeur op het matje geroepen om uitleg te geven over de mishandeling van VRT-correspondent Tom Van de Weghe en zijn ploeg. Is dat de zwartste pagina uit je periode in China?
“Mijn mislukte aidsreportage eind 2008 in Henan? Daar spreken buitenlandse correspondenten nog altijd over. Ik had toen al wat meegemaakt. Zowel in Tibet als tijdens de aardbeving in Sichuan werd ik tegengehouden en opgepakt. Zonder veel erg overigens, zolang de controle door agenten in uniform gebeurt, ben ik er vrij gerust op. “Maar die keer is het danig uit de hand gelopen. Ik wilde iets doen naar aanleiding van Wereldaidsdag. In Henan, want die provincie is het toneel van een verschrikkelijk schandaal dat al uit de jaren negentig stamt. Door een grootschalige handel in besmet bloed werden toen tienduizenden mensen met hiv geïnfecteerd. Hele dorpen zijn daar letterlijk aan het uitsterven, de meeste kinderen groeien er in weeshuizen op. Dat verhaal is heel bekend onder correspondenten, alleen is niemand er de voorbije tien jaar in geslaagd die dorpen te bezoeken. De autoriteiten van Henan doen er alles aan om dat potje gedekt te houden.”
Wat deed je vermoeden dat jij zou slagen waar al je collega’s faalden?
“Ik was in contact gekomen met een directeur van een weeshuis. Hij zou ons te woord staan en begeleiden, maar bij aankomst bleek dat hij een dag eerder was opgepakt. Dat begon dus slecht, maar we konden wel een interview afnemen met zijn vrouw, overigens zelf een aidspatiënte. Meteen na dat interview kregen we al een eerste knokploeg op ons dak. Ze eisten ons materiaal op, en dreigden ermee al onze botten te breken als we niet meteen naar de luchthaven terugkeerden. Dat hebben we gedaan, nadat ik hen een blanco tape had toegestopt. Jammer dat het zo’n lange rit naar de luchthaven was, anders waren we ermee weggekomen. Maar ze hebben het trucje dus ontdekt. Ineens werden we klemgereden en uit de auto gesleurd. We kregen rake klappen, onze kleren werden van ons lijf gescheurd en al ons geld en onze bezittingen werden afgepakt. Het was donker en het vroor, we stonden te bibberen en te huilen omdat we dachten dat we eraan gingen. Later heb ik van de vrouw van de weeshuisdirecteur vernomen dat we nog van geluk mochten spreken. Diezelfde knokploeg had eerder een Chinese activist in een coma geslagen. “Inderdaad, daar is een diplomatieke rel van gekomen. Uiteindelijk hebben we al ons materiaal teruggekregen. Bandjes gewist natuurlijk, maar we kregen wel excuses en een officiële uitleg. De gorilla’s die ons in elkaar hadden geslagen, waren zogezegd arme boeren die het niet pikten dat we hen hadden gefilmd. Ze voelden zoveel spijt dat ze zelfs een collecte hadden gehouden om ons te vergoeden. Boze boeren dus, zo is het ook in de Chinese media verschenen. Achteraf bekeken heeft dat incident in Henan zwaar gewogen op mijn correspondentschap. Ik heb me niet laten intimideren, maar het heeft me wel geleerd hoever je kunt gaan.”
Je schuwt geen risico’s. Word je nooit teruggefloten door het thuisfront?
“Door mijn vrouw? Hoe minder ze weet, zegt Sofie altijd, hoe minder zorgen ze zich maakt. Na de aardbeving in Sichuan was ik erg snel ter plaatse. Alleen, zonder cameraman. Op een bepaald moment brak er paniek uit: de stuwdam in de buurt dreigde het te begeven. Ik heb haar toen een cryptisch sms’je gestuurd. ‘Water komt’, tikte ik, terwijl ik dacht dat het best wel eens mijn laatste teken van leven kon worden. Geen goed idee, ik ben sindsdien spaarzaam met sms’jes aan het thuisfront. “Ik zoek het gevaar overigens niet op, maar een correspondent die zijn werk ter harte neemt, belandt soms in prangende situaties. Niet alleen in China, het gevaarlijkste wat ik in die vijf jaar heb meegemaakt, was de stadsoorlog in Bangkok. Toen ik er in 2010 voor de tweede keer verslag uitbracht, werd een collega naast mij door een buikschot geveld. Morsdood.”
Volstaan vijf jaar om een land als China te doorgronden? Neem nu de val van Bo Xilai, de machtige partijsecretaris van Chongqing die de spil zou vormen van een schandaal met overspel, verraad en miljoenen aan corruptiegeld als voornaamste ingrediënten plus de moord op een Britse zakenman. Krijg je daar als correspondent hoogte van?
“Nauwelijks, in dergelijke dossiers moeten we ons baseren op geruchten en giswerk. Bij ons heeft iedere partij en iedere minister een woordvoerder, maar hier bestaat dat niet. Heeft Bo Xilai boter op het hoofd of is hij het slachtoffer van een interne afrekening tussen progressieven en conservatieven binnen de Communistische Partij? Geen idee, maar het is wel een straf verhaal, de zwaarste schok die de Partij sinds het studentenoproer op het Tiananmenplein te verwerken krijgt. “Niemand weet trouwens waar Bo Xilai op dit ogenblik vertoeft. Ik sprak er onlangs met Ai Weiwei over. Hij zei dat hij zich ondanks alle verschillen verwant voelde met Bo Xilai. Opgepakt en verdwenen, zonder vorm van proces. Ai Weiwei gaf het als voorbeeld om te illustreren dat China nog altijd geen rechtsstaat is.”
Kun je zomaar langslopen bij Ai Weiwei, ’s werelds beroemdste dissident?
“Toch wel, zijn huisarrest is trouwens al een poosje opgeheven. Ik heb hem geïnterviewd over de erfenis van de Olympische Spelen, een gesprek waarin Ai Weiwei overigens poneert dat China sinds 2008 meer en meer in een politiestaat aan het veranderen is. Maar ik heb hem ook meermaals opgezocht tijdens zijn huisarrest, we kennen elkaar via Frank Uytterhaegen, een Vlaamse zakenman en promotor van Chinese kunst die vorig jaar is overleden. “Weiwei blijft een fascinerende figuur, hij is een van de twaalf markante Chinezen die ik portretteer in mijn Chinaboek, dat in oktober verschijnt. Hij werd meermaals hard aangepakt, maar toch weigert hij een blad voor de mond te nemen. Ben je dan echt niet bang, heb ik hem meermaals gevraagd. Tenslotte weet hij wat repressie betekent, tijdens de Culturele Revolutie heeft hij met zijn vader letterlijk in een gat in de grond in Xinjiang gewoond. Nee, zegt hij, als je je leven door angst laat bepalen, heb je geen leven meer. Ai Weiwei is niet alleen in het Westen populair. Als hij in Peking buitenkomt, wordt hij als een god behandeld. Mensen gooien briefjes van 100 kwai (1,3 euro) over zijn muur om hem te steunen, hij heeft op die manier al tienduizenden euro’s verzameld.”
De sporen van stijgende welvaart zijn overal zichtbaar in Peking: trendy kledij, camera’s en smartphones, Porsche Cayennes… Zitten de Chinezen wel te wachten op dissidenten en politieke hervormingen?
“Aanzetten tot consumeren, dat is de manier waarop de Partij de middenklasse tevreden houdt en haar macht handhaaft. De vraag is hoe lang ze daar nog in slaagt, zeker nu de groei dreigt te vertragen. Bovendien, mensen verlangen steeds meer. De opkomende middenklasse wil niet alleen consumeren, ze roept ook steeds luider om hervormingen. Het is diezelfde middenklasse die actief is op het internet en die steeds minder vertrouwen in de Partij stelt. Vooral de lokale autoriteiten liggen onder vuur, omdat die zich het vaakst aan misbruik en corruptie te buiten gaan. “Die Porsche Cayennes? Tja, je hebt in China ook een puissant rijke bovenlaag. Rijk worden is eerbaar, zei Deng Xiao Ping ooit. Dat adagium hebben ze hier tot het uiterste gerekt. Nog niet zo lang geleden werd een fles wijn geveild voor 88.888 yuan (11.500 euro). Symboliek natuurlijk. 88.888, dat staat voor een veelvoud aan geluk. Ik ben eens een kijkje gaan nemen op een van de vele golfterreinen die Peking ondertussen rijk is. 600.000 euro lidgeld, aan de nummerplaten op de parking te oordelen waren alle bezoekers partijkaders en ambtenaren. Schrijnend, als je ziet hoe sprinklers dag en nacht staan te sproeien om het gras groen te houden. Dat water wordt via kanalen afgeleid uit provincies zoals Hebei en Hunan, waar de boeren ondertussen hun oogst zien mislukken door de droogte. “Want staar je niet blind op de glitter van de steden. Op het platteland is de voorbije jaren niets veranderd, het is armoe troef. China wordt steeds meer een land van extreme tegenstellingen. Boeiend voor buitenlandse journalisten, we vragen ons allemaal af hoe lang dit nog te rijmen valt met het communistische ideaal dat de Partij officieel aankleeft. Onlangs heb ik een miljonair geïnterviewd, rijk geworden met een privézaak, maar ook partijlid. De man vertelde me dat hij zo snel mogelijk naar het buitenland wilde omdat hij het niet meer vertrouwde. Als het systeem in elkaar klapt, zei hij, dan zijn het de miljonairs tegen wie het volk zich het eerst zal keren. China gedraagt zich als een zelfbewuste supermacht, maar onderhuids leeft er veel nervositeit. Vandaar ook de toenemende repressie.”
© 2012 De Persgroep Publishing
Popularity: 17% [?]